Golden Earring en Willem van Kooten: twilight zone

Golden Earring heeft haar muziekrechten vanaf 1971 overgedragen aan en laten exploiteren door Willem van Kooten (“Joost den Draaijer”), via diens vennootschappen Nanada Music B.V., Red Bullet B.V. enzovoort. Golden Earring was hierover steeds minder tevreden en per 26 november 2010 heeft Golden Earring alle overeenkomsten met Nanada Music B.V. c.s. ontbonden en in augustus 2011 zekerheidshalve ook nog eens opgezegd en schadevergoeding gevraagd. Na jaren procederen belandden de partijen bij de Hoge Raad. Op 17 juli 2017 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:1270 hakt de Hoge Raad een aantal knopen door, die ook relevant zijn buiten de muziekbusiness en het auteursrecht (let wel: de sinds 1 juli 2015 in werking getreden Wet Auteurscontractenrecht maakt het leven voor auteurs zoals Georg Kooymans en zijn groep een stuk makkelijker). Moet er, om verval van rechten te voorkomen, ook op tijd geklaagd worden (zoals voorgeschreven in artikel 6:89 BW) bij “voortdurende inspanningsverplichtingen”? Klagen over wat in het verleden niet is gebeurd heeft immers geen zin, zo is de gedachte. De Hoge Raad geeft Van Kooten op dit punt gelijk: de klachtplicht is ook van toepassing wanneer het gaat om “voortdurende verplichtingen”. Ook dan kan de partij die had moeten presteren er belang bij hebben snel duidelijkheid te krijgen of zijn prestaties c.q. niet-prestaties geaccepteerd worden, bijvoorbeeld om zijn bewijspositie veilig te stellen of om veroorzaakte schade te beperken. De ontbinding van de overeenkomst per 26 november 2010 is dus van tafel. Golden Earring krijgt wel gelijk op een ander punt. Duurovereenkomsten zijn in beginsel (soms: alleen op zwaarwegende gronden) opzegbaar, ook als dat gevolgen heeft voor eenmaal overgedragen (auteursrechten op) muziekwerken. Van Kooten nam het standpunt in dat de muziekrechten definitief aan hem waren overgedragen en dat dit betekende dat er sowieso niet meer kon worden opgezegd. De Hoge Raad besliste op de eerste plaats dat er in beginsel voor opzegging wel een zwaarwegende grond moet bestaan, maar dat als de overeenkomst langere tijd heeft geduurd, zoals hier, en de investeringen terugverdiend kunnen zijn, dit ook zonder zwaarwegende grond mag gebeuren. Verder werd beslist dat de opzegging kan meebrengen dat die uitgavenrechten, voor zover mogelijk, uiteindelijk weer terug moeten naar Golden Earring! Dit volgt dan uit de redelijkheid en billijkheid, ook als hierover niets uitdrukkelijk is vastgelegd. De rol van de redelijkheid en billijkheid blijkt steeds groter te worden! Intussen werd de zaak terugverwezen naar het gerechtshof Den Haag. Golden Earring en Van Kooten blijven nog enige tijd in de Twilight Zone verkeren…