Staalbankiers: worstelen met de IT-infrastructuur

In 2009 schrijft Staalbankiers een aanbesteding uit. De bank wil haar toekomstige IT-infrastructuur verbeteren en vereenvoudigen. CGI, het vroegere Logica, wint de aanbesteding en partijen gaan aan de slag, nadat zij uitvoerige contracten hebben ondertekend. Er doen zich echter direct problemen voor in de uitvoering. Staalbankiers betaalt CGI tot en met december 2012 ruim € 14 miljoen. Daarna wordt de uitvoering opgeschort, er ontstaat een impasse en …the lawyers enter the stage… Partijen bestoken elkaar met miljoenenclaims! “Bedrog! Dwaling!” De rechtbank Amsterdam beslist op 18 januari 2017: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:228.

De uitkomst is minder spectaculair dan wellicht verwacht. Anders dan Staalbankiers meende is er geen sprake van dwaling of bedrog, voor juristen altijd een heerlijk hoofdgerecht. Staalbankiers had er bij de aanvang immers voldoende deskundigen bij gehaald om te kunnen doorgronden wat CGI zou doen en vooral: niet zou doen. Anderzijds beslist de rechtbank wel in het voordeel van Staalbankiers: uit de impasse waarin partijen zich langere tijd bevonden leidt de rechtbank af dat de overeenkomst in ieder geval voor de toekomst beëindigd was. CGI verleende geen diensten meer en Staalbankiers heeft dat aanvaard. Er was, kortom: “het wederzijds goedvinden om op enig moment de overeenkomst stilzwijgend te beëindigen”, zoals de rechtbank dat betitelt. En omdat in de vuistdikke contracten (toch) geen regeling was opgenomen waarbij CGI een vergoeding zou krijgen wegens beëindiging bij wederzijds goedvinden strandt de belangrijkste claim van CGI: er was immers eenvoudig geen afspraak gemaakt voor deze situatie.

Het bovenstaande illustreert dat samenwerking, zeker bij ingewikkelde projecten en onzekere trajecten zoals in de IT, niet verstandig is zonder de spelregels van tevoren helder op papier te zetten. Eventueel digitaal…