Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA); eerste uitspraken

De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) is per 1 januari 2021 in werking getreden. De WHOA vergroot de mogelijkheden voor een noodlijdend bedrijf om tot een herstructurering te komen buiten een faillissement om. Tot 1 januari jl. waren er eigenlijk maar twee mogelijkheden: een doorstart, al dan niet in faillissement, en een dwangakkoord. Beide alternatieven hebben aanzienlijke nadelen. Er is nu een derde keuze.

De nieuwe WHOA voorziet zeker in een behoefte en is geïnspireerd op het akkoord met schuldeisers in de Verenigde Staten (“Chapter 11” van de Amerikaanse Bankruptcy Code). Aardig is dat deze wet de mogelijkheid geeft snel en praktisch te handelen. Er kan bovendien maatwerk worden geleverd, met diverse “klassen” van schuldeisers en aandeelhouders, een externe toezichthouder (observator; herstructureringsdeskundige) en de mogelijkheid schulden “in te ruilen” tegen aandelen (in goed Nederlands “debt-for-equity swap”). Het doel is steeds dat de crediteuren beter af zijn dan wanneer de debiteur “gewoon” failliet gaat.

Anders dan verwacht betreffen de eerste uitspraken op grond van de WHOA geen grote ondernemingen maar MKB-bedrijven.

Eerste uitspraken WHOA

Op 15 januari 2021 besliste de rechtbank in Den Haag dat het verzoekende MKB-bedrijf – een winkel die van 2016 tot en met 2019 verliezen had geleden – de mogelijkheid krijgt om te proberen tot een herstructurering te komen; een afkoelingsperiode van twee maanden, schorsing van verzoeken tot surseance van betaling en dergelijke en opheffing van de gelegde beslagen op de voorraad en inventaris van het bedrijf. Het bedrijf moet wel in één maand komen met een plan voor een onderhands akkoord! Ook de rechtbank Amsterdam besliste op 15 januari 2021. In die zaak mag een ander MKB-bedrijf proberen te komen tot een gecontroleerde afwikkeling. Dus geen echte doorstart! Opmerkelijk: hoewel veelal wordt gedacht aan herstructurering om een bedrijf op andere wijze voort te zetten staat de homologatie van een onderhands akkoord ook open voor ondernemingen die geen overlevingskans meer hebben, als tenminste buiten faillissement tot een beter resultaat gekomen kan worden dan bij afwikkeling in faillissement. De onderneming wordt dan slechts tijdelijk voortgezet, in het kader van een gecontroleerde afwikkeling. De rechtbank Amsterdam besliste tot een afkoelingsperiode en benoeming van een “observator”. Die observator moet toezicht houden op de totstandkoming van een akkoord. De observator is onpartijdig en onafhankelijk.

Een buitengewoon interessante nieuwe wet met vele praktische mogelijkheden. Zeker in coronatijd een bruikbaar middel om erger te voorkomen. DGVL adviseert en procedeert, ook over de WHOA.