Bescherming handelsnaam: verwarringsgevaar wel, bijkomende omstandigheden niet vereist

De Handelsnaamwet stamt uit 1921, 100 jaar geleden. Paard en wagen waren nog niet helemaal verdwenen, niemand had ooit ook maar gedroomd van internet. De Handelsnaamwet gaf bescherming aan lokale winkeliers en andere “neringdoenden” tegen concurrenten die eenzelfde of een nauwelijks afwijkende handelsnaam gingen voeren.

Anno 2021 hebben veel ondernemingen, in het bijzonder door internet, een landelijk of internationaal werkgebied en worden meer en meer beschrijvende handelsnamen en ook domeinnamen gevoerd. Dat bevordert immers de vindbaarheid op internet; een puur beschrijvende handelsnaam is de droom van elke internetmarketeer. De vraag was of de oude Handelsnaamwet nog steeds voldoende bescherming biedt, ook anno 2021.

Dairy Partners/DOC Dairy Partners

Dairy Partners Ltd. is een Engelse kaasproducent en voert sinds 2007 de handelsnaam “Dairy Partners”, ofwel: zuivel partners. Puur beschrijvend, zou je zeggen. Die naam komt ook voor in haar logo en in haar domeinnaam: dairypartners.co.uk. Concurrent DOC Dairy Partners B.V. in Hoogeveen handelt sinds 2016 onder de handelsnaam DOC Dairy Partners. Die naam komt ook voor in haar logo en in haar domeinnaam: docdairypartners.nl. Beide bedrijven profileren zich op internationale beurzen. Dairy Partners eist bij de rechter dat DOC Dairy Partners haar handelsnaam zodanig verandert dat daarin de woorden “Dairy Partners” niet meer voorkomen.

De kantonrechter stelt Dairy Partners Ltd. in het gelijk. DOC Dairy Partners gaat in hoger beroep en het gerechtshof stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Hoe zit het nu met die puur beschrijvende handelsnamen, die minstens toch wel een zekere verwarring wekken?

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad had al in 2015 in het arrest Artiestenverloning – dat over domeinnamen ging – beslist dat het in beginsel voor eenieder mogelijk moet zijn zich te bedienen van een beschrijvende aanduiding voor zijn diensten of producten, ook in een domeinnaam. Een belangrijke reden is de vrijhoudingsbehoefte: het algemeen belang dat iedereen zich mag kunnen bedienen van beschrijvende aanduidingen voor producten en diensten! In het daarna gewezen “Parfumswinkel-arrest” besliste het hof Den Haag dat het criterium uit het arrest Arbeidsverloning – bijkomende omstandigheden vereist – ook van toepassing is op zuiver beschrijvende handelsnamen. Het gebruik van een dergelijke beschrijvende aanduiding, als die verwarringwekkend is, is alleen onrechtmatig als bijkomende omstandigheden dat meebrengen. Maar… dat criterium (bijkomende omstandigheden) staat niet in de wet. Geldt dat nu desondanks ook voor de handelsnaam? De Hoge Raad oordeelt op 19 februari 2021 van niet: bij de vraag of inbreuk op een beschrijvende handelsnaam word gemaakt moet uitsluitend worden gekeken naar het criterium: is hierdoor bij het publiek verwarring tussen de ondernemingen te duchten? Geen bijkomende omstandigheden vereist. Echter, de Hoge Raad overweegt ook dat nu het gebruik van beschrijvende aanduidingen is toegenomen verwacht mag worden dat het publiek eraan gewend is dat zulke beschrijvende handelsnamen worden gebruikt en dus minder snel in verwarring zal raken als andere bedrijven onder dezelfde of slechts in geringe mate afwijkende beschrijvende handelsnamen zaken doen. En als verwarring dreigt dan kan een kleine variatie in de naam dat gevaar al wegnemen. Omgekeerd, naarmate een handelsnaam meer onderscheidend vermogen heeft, zal eerder verwarring zijn te duchten van een weinig afwijkende naam. Het publiek zal die naam dan eerder in verband brengen met de onderneming die de oudere handelsnaam voert. Alle omstandigheden van het geval, de bekende toverformule, kunnen daarbij van belang zijn.

Overigens, Dairy Partners en DOC Dairy Partners hebben de zaak geschikt: vanaf medio 2021 vervalt de handelsnaam DOC Dairy Partners en gaat men verder onder de minder beschrijvende handelsnaam Uniekaas Holland.

Rechtbank Rotterdam 8 maart 2021

De rechtbank Rotterdam gebruikte het door de Hoge Raad gegeven criterium in een kort geding tussen VR Arcade en een concurrent. VR Arcade legt zich toe op virtual reality-toepassingen. De concurrent registreerde later domeinnamen zoals www.vrarcaderotterdam.nl. De rechter in Rotterdam oordeelt dat VR Arcade een puur beschrijvende naam is met dus geen of slechts geringe bescherming. De concurrent mag – vanwege het belang dat beschrijvende woorden niet gemonopoliseerd mogen worden – op zichzelf een dergelijke naam ook gebruiken, dit temeer nu de website van de concurrent qua vormgeving, kleurstelling en inhoud afweek van de website van VR Arcade. Daarop gelet werd geen verwarringsgevaar aanwezig geacht.

Bedrijven die behoefte hebben aan meer bescherming doen er goed aan om ten minste te overwegen ook, zo mogelijk, hun naam/producten merkbescherming te geven.