Ondernemingskamer niet bestemd voor oordeel in faillissement. Toch geen ingrijpen bij Bakery Initiatives

Bakery Initiatives is in 2012 opgericht en verkoopt producten en levert diensten aan de bakkerij-industrie. Er zijn drie aandeelhouders/bestuurders. Eén van die bestuurders heeft ook een ander bedrijf, dat met Bakery Initiatives samenwerkt. Er komen “verschillen van inzicht” en ruzie over geld in de holding Bakery International Holding. Er wordt wel gepraat over een ontvlechting, maar die komt er niet. Op 13 oktober 2016 wordt “Bakery Initiatives International B.V.” opgericht, zonder dat het daartoe door de statuten vereiste besluit van de AVA van Bakery International Holding was genomen. In Bakery Initiatives International worden de (nieuwe) klanten geplaatst en alleen oude projecten en de oude schulden blijven achter. En in het inmiddels ook opgerichte Bakery Initiatives International worden de domeinnamen en de handelsnaam geplaatst. Dit ten nadele van de minderheidsaandeelhouder, die met een sterfhuis wordt geconfronteerd. En om het plaatje compleet te maken blijkt de jaarrekening 2015 bij de Kamer van Koophandel te zijn gedeponeerd onder de vermelding “vastgesteld”, terwijl de hiervoor verantwoordelijke bestuurders wisten dat de jaarrekening nog niet was vastgesteld.

Oordeel Ondernemingskamer

De Ondernemingskamer beveelt op 17 juli 2017 een enquête en benoemt een onafhankelijke bestuurder met beslissende stem en bepaalt dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is en dat zonder deze bestuurder de oorspronkelijke bestuurders Bakery Initiatives niet kunnen vertegenwoordigen.

Ontheffing onderzoeker en bestuurders

De door de Ondernemingskamer benoemde bestuurders worden direct na hun benoeming geconfronteerd met een besluit dat vóór hun benoeming, namelijk op 30 juni 2017, al was genomen (en waarover de Ondernemingskamer eerder niet was voorgelicht), namelijk dat de enige vennootschap die nog waarde had, Bakery Initiatives International, was verkocht aan de vennootschap van een deel van de ruziënde aandeelhouders. Er is geen geld meer om de bestuurders te betalen en zij blijken bestuurder te zijn van lege vennootschappen, met slechts schulden. De Ondernemingskamer ontheft die bestuurders dan ook op 7 september 2017 uit hun functie.

Belang Ondernemingskamer

De Ondernemingskamer is een heel nuttig instrument om impasses in het bedrijfsleven te doorbreken. Niet alleen bij het grote bedrijfsleven, maar ook bij MKB-bedrijven. Echter, als een onderneming al helemaal is leeggehaald is het woord niet meer aan de Ondernemingskamer maar aan de curator. En die heeft een behoorlijk arsenaal aan middelen om ruziënde bestuurders die over de schreef zijn gegaan aansprakelijk te stellen. Eerdere pogingen om de Ondernemingskamer te laten oordelen inzake een failliete onderneming strandden ook, zoals inzake Flextra. Kortom: wees praktisch bij impasses, soms is een faillissementsaanvraag meer op zijn plaats. Uitzondering: als een onderneming nog wordt voortgezet na faillissement en de curator zou een ingestelde ondernemingsraad willen passeren kan er wél een rol voor de Ondernemingskamer zijn, zoals de Hoge Raad op 2 juni 2017 aangaf.