Erkenning buitenlands vonnis: cowboy-vonnis uit Oklahoma niet erkend. Hoge Amerikaanse proceskosten

Het prachtige eiland Sint Maarten, sinds “10-10-10” een zelfstandig land binnen ons koninkrijk, levert geregeld mooie jurisprudentie op, met internationale aspecten. Op 20 april 2021 besliste het gerecht van Sint Maarten over twee geleasede vliegtuigen. De Amerikaanse lessor uit Nevada, USA, had beide vliegtuigen aan Jet Budget, een Sint Maartense vennootschap, ter beschikking gesteld. Jet Budget wilde er ambulancevluchten mee uitvoeren, maar er kon niet gevlogen worden en Jet Budget, de lessee, betaalde niet. De Amerikaan ging naar de rechter en wel naar een US District Court in Oklahoma. Die rechter was volgens de leaseovereenkomst bevoegd. Op 3 augustus 2018 werd er een summary judgement gewezen, zonder bedragen en op 21 april 2019 werd toegewezen: “$415,970.03 plus accrued interest through August 15, 2018, in the amount of $118,252.85 plus interest accruing thereafter, until paid.” Jet Budget voerde verweer, totdat dit te duur werd. Onder meer had Jet Budget een verklaring van de Sint Maartense luchtvaartautoriteit getoond waaruit blijkt dat er het nodige aan de overeenkomst en de vliegtuigen ontbrak. Zo had de Amerikaanse lessor bijvoorbeeld voor reserveonderdelen moeten zorgen, maar die ontbraken. Ook was het vliegtuig kennelijk niet uitgeschreven uit de Amerikaanse registers. De District Court in Oklahoma veroordeelde de Sint Maartense vennootschap echter desondanks en wees ook ruim USD 200.000,- aan proceskosten toe.

Gazprom-criteria: strijd met openbare orde

Net als in Nederland geldt ook voor Sint Maarten dat beslissingen van buitenlandse rechters – behoudens een verdrag – niet zomaar ten uitvoer kunnen worden gelegd. Er moet dan opnieuw worden geprocedeerd. Uitgangspunt is dat een buitenlandse beslissing in beginsel wordt erkend als aan de Gazprom-criteria wordt voldaan. De Sint Maartense rechter besliste dat de rechter in Oklahoma geen deugdelijk onderzoek had gedaan naar het verweer en de verklaring van de Sint Maartense overheid ten onrechte buiten beschouwing had gelaten. Geen behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging. Opmerkelijker is dat ook de hoge proceskosten aan de kaak werden gesteld: “Een proceskostenveroordeling die bijna gelijk is aan de hoofdsom belemmert te zeer de toegang tot de rechter voor Sint Maartense bedrijven en burgers die zaken doen met Amerikaanse partijen.” De beslissing uit Oklahoma werd op dit punt daarom in strijd geacht met de openbare orde van Sint Maarten en niet erkend. De procedure moet geheel opnieuw worden gevoerd in Sint Maarten.

Eerder werden al dergelijke beslissingen gewezen, zoals door de Rotterdamse rechter in 2006: Panamese vonnissen gewezen zonder dat de veroordeelde partij de stukken had gezien. Dat leidt tot niet-erkenning.

Proceskosten

In Nederland wordt, net als in Oklahoma, de verliezer in de proceskosten veroordeeld (maar in zaken tussen echtgenoten en bloedverwanten en dergelijke gebeurt dat meestal niet). De hoogte van de proceskosten is in Nederland echter sterk gematigd, volgens het liquidatietarief. Een procedure over bijvoorbeeld € 180.000,- levert bij de rechtbank meestal niet meer dan zo’n € 4.000,- à € 7.000,- proceskosten op. Uitzondering hierop zijn de procedures over rechten van intellectuele eigendom. Krachtens een Europese richtlijn wordt de verliezer in dat soort zaken in de “redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten” veroordeeld. Dat leidt soms tot Amerikaans aandoende kostenveroordelingen. Het Nederlandse systeem van gematigde proceskosten heeft als nadeel dat de “winnaar” een soms aanzienlijk deel van zijn kosten niet vergoed krijgt. Het voordeel is mijns inziens echter groter: er zijn geen echte financiële barrières om de rechter te laten beslissen!
Overigens is er altijd nog de mogelijkheid misbruik van procesrecht af te straffen, zoals Zilveren Kruis in 2019 overkwam. De deurwaarder die voor Zilveren Kruis optrad diende een apert onjuiste vordering van € 241,02 in. De gedaagde partij had € 3.062,81 aan werkelijke advocaatkosten gemaakt. Zilveren Kruis moest die werkelijke kosten vergoeden!