AOW en dan toch transitievergoeding?

Met de invoering van de WWZ heeft de transitievergoeding, de opvolger van de kantonrechtersformule, ons arbeidsrecht verrijkt. Er bestaat bij einde arbeidsovereenkomst vrijwel altijd recht op een transitievergoeding, tenzij de werknemer de arbeidsovereenkomst zelf heeft opgezegd. Artikel 7:673 BW geeft echter een belangrijke uitzondering: geen transitievergoeding bij einde arbeidsovereenkomst “in verband met of na het bereiken van de AOW-leeftijd” (dan wel een andere leeftijd waarop voor de werknemer recht op pensioen ontstaat). Waarom zou een werknemer met een riant pensioen, die daarvan gaat genieten, ook nog een transitievergoeding moeten hebben, lijkt de gedachte. Maar… de tijden veranderen snel. Hoe zit het met een oudere werknemer die weinig of geen pensioen heeft opgebouwd? En vooral: is dit geen leeftijdsdiscriminatie? De transitievergoeding heeft volgens onze regering twee doelen: compensatie wegens ontslag en de werknemer in staat stellen de transitie naar een andere baan te vergemakkelijken. Maar waarom heeft een werknemer op AOW-leeftijd die nog verder wil of moet werken dan geen recht op een transitievergoeding? Het gerechtshof in Den Bosch (2 februari 2017), oordelend over een 71-jarige ontslagen werknemer, vraagt zich dat ook af. De werknemer gaat van een inkomen van bruto € 2.883,06 per maand naar een inkomen van € 964,44 bruto per maand… Het hof is van plan om hierover prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2017:345. Verdraagt de uitsluiting van de transitievergoeding voor AOW-gerechtigden zich wel met de anti-leeftijdsdiscriminatie-richtlijn 2000/78/EG? Hopelijk weten we eind 2017 hoe het zit!