Commissie Borstlap: einde flexwerk?

Op 23 januari 2020 kwam de commissie Borstlap (Commissie Regulering van Werk) met haar langverwachte eindrapport. In opdracht van de regering is deze commissie eind 2018 ingesteld om te onderzoeken waar de knelpunten in de arbeidsmarkt zitten en welke oplossingen voor die knelpunten mogelijk zijn.

Knelpunten: dreigende tweedeling

De commissie Borstlap ziet een groeiende tweedeling tussen enerzijds goed beschermde en weerbare werkenden en anderzijds slecht beschermde, kwetsbare werkenden (voorbeeld van dit laatste: de pakjesbezorger in zijn busje). De commissie signaleert daarnaast dat de vier “regelsystemen” op dit gebied (arbeidsrecht, sociale zekerheid, fiscaliteit en scholing en ontwikkeling) steeds minder samenhang hebben. De commissie ziet ook een groot grijs gebied tussen enerzijds de werknemer met een duidelijke arbeidsovereenkomst en anderzijds de zzp’er met een overeenkomst van opdracht. Afhankelijk van het etiket dat in dat grijze gebied op de arbeidsrelatie wordt geplakt valt men in een goed, slecht of: soms goed/soms slecht vakje. En hoe duidelijk is tegenwoordig de gezagsrelatie? En in uitzendrelaties met soms vier- of meerpartijenrelaties ziet men door de bomen soms het bos niet meer, zoals bij sommige payrolling-constructies, aldus het rapport. Daarnaast voelen werkenden nauwelijks de noodzaak van scholing en ontwikkeling, terwijl permanente educatie van groot belang is en steeds belangrijker wordt om waardevol te blijven.

Oplossingen volgens commissie Borstlap

De commissie geeft tamelijk gedurfd een aantal richtingen aan om de knelpunten op te lossen. Zo wordt voorgesteld om de MKB-winstvrijstelling snel af te bouwen, om de DGA voor zijn aandeel in de winst van de B.V. onmiddellijk te belasten, zo veel mogelijk als arbeidsinkomen (dus geen fiscaal gestuurde vaststelling van het loon van de DGA). En verder: een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor álle werkenden, werknemers en zelfstandigen. En, voor de werkgever gunstig, maak het voor werkgevers eenvoudiger om functie, arbeidsplaats en werktijd van werknemers aan te passen wegens bedrijfseconomische omstandigheden. En ook: breng de plicht tot loondoorbetaling en re-integratie bij ziekte terug naar één jaar in plaats van de huidige twee jaar. Voor werkgevers veel minder aantrekkelijk is dat wordt geadviseerd een concurrentiebeding bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd alleen nog toe te staan bij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen, zoals nu al bij de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd het geval is.

Het buitengewoon interessante rapport is HIER leesbaar.

De Groen & Van Lint Advocaten blijft de ontwikkelingen op de voet volgen en anticipeert waar mogelijk.