Twee jaar ziekte: UWV betaalt transitievergoeding

Een werkgever die de arbeidsovereenkomst met een werknemer na twee jaar ziekte opzegt, moet aan die werknemer de transitievergoeding betalen. Veel werkgevers willen betaling van de transitievergoeding voorkomen en kiezen ervoor om de arbeidsovereenkomst met die werknemer niet op te zeggen, maar “slapend” in stand te houden. “Slapend”, omdat de werknemer niet meer kan werken en de werkgever ook geen loon meer hoeft te betalen. Er gebeurt in feite dus helemaal niets. In dat geval is er geen sprake van “opzegging” en hoeft er dus géén transitievergoeding te worden betaald. Die handelwijze is juridisch toegestaan (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Rechtbank Limburg van 2 augustus 2017), maar heeft uiteraard het risico dat als de werknemer op enig moment weer volledig herstelt, er recht op loon en werk ontstaat. Ook als er op dat moment helemaal geen behoefte is aan een extra arbeidskracht.

Om aan die ongemakkelijke situatie van slapende dienstverbanden een einde te maken zal op 1 januari 2020 de wet “Maatregelen met betrekking tot de transitievergoeding bij ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden of langdurige arbeidsongeschiktheid” ingaan. De Eerste en Tweede Kamer hebben in juli 2018 deze wet aangenomen.

Deze wet bepaalt – kort gezegd – dat indien een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd vanwege twee jaar ziekte van de werknemer en in dat kader door de werkgever aan de werknemer een vergoeding wordt betaald, dat het UWV de werkgever financieel compenseert tot maximaal een bedrag ter hoogte van de betreffende transitievergoeding. De werkgever moet dan bij het UWV een daartoe strekkend verzoek indienen en bewijzen dat er een bedrag is betaald in verband met een beëindiging wegens twee jaar ziekte.

Gelet op deze wet is er dus geen reden meer om een dienstverband slapend voort te laten bestaan teneinde onder de transitievergoeding uit te komen.

Opvallend aan de wet is dat deze terugwerkende kracht zal krijgen en wel vanaf 1 juli 2015 (invoeringsdatum WWZ). Dat betekent dat een werkgever die na 1 juli 2015 de arbeidsovereenkomst met een zieke werknemer heeft beëindigd (na twee jaar ziekte) en in dat kader een transitievergoeding heeft voldaan, dit bedrag kan terugkrijgen van het UWV.

Indien een lager bedrag dan de verschuldigde transitievergoeding is betaald aan de werknemer, dan krijgt de werkgever uiteraard alleen dat lagere bedrag terug. Indien een hoger bedrag dan de verschuldigde transitievergoeding is betaald, dan krijgt de werkgever natuurlijk niet dat hogere bedrag terug, maar alleen het bedrag dat overeenkomt met de betreffende transitievergoeding.

Het UWV compenseert geen bedragen die verschuldigd zijn over de duur van het slapende dienstverband. Indien bijvoorbeeld een dienstverband vanaf 1 augustus 2016 slapend is gehouden en in augustus 2019 wordt beëindigd, dan blijft de transitievergoeding behorende bij de periode vanaf 1 augustus 2016 (drie jaar) voor rekening van de werkgever. Zo bezien kan het dus nuttig zijn om op korte termijn slapende dienstverbanden af te wikkelen en eveneens om überhaupt niet al te lang te wachten met het beëindigen van de arbeidsovereenkomst na die periode van twee jaar ziekte.

Deze regeling geldt niet alleen voor situaties waarin de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd na verkregen toestemming van het UWV (in verband met twee jaar ziekte), maar ook voor situaties waarin een beëindigingsovereenkomst is gesloten.

Let op: bij het opstellen van die beëindigingsovereenkomst is het dan wel van groot belang dat daarin komt te staan dat de reden voor de wens van de werkgever om de arbeidsovereenkomst te beëindigen is gelegen in het feit dat de tweejaarsperiode, bedoeld in artikel 7:670 lid 1 en 11 BW, is beëindigd, en werknemer wegens ziekte of gebreken niet meer in staat is de bedongen arbeid te verrichten. Alleen dan kan een beroep gedaan worden op de compensatieregeling. De meer gebruikelijke redenen als “verschil van inzicht” en “bedrijfseconomische noodzaak” moeten dan dus niet worden gebruikt in de beëindigingsovereenkomst.

De wet treedt pas op 1 april 2020 in werking. Pas vanaf dan kunnen aanvragen voor compensatie worden ingediend en zal er geld kunnen worden verkregen. Het is dus nog even wachten en het is belangrijk dat tot die tijd alle documentatie met betrekking tot de arbeidsovereenkomst en de beëindiging daarvan, waaronder de ontslagbrief of beëindigingsovereenkomst, zorgvuldig worden bewaard.